|
Tegen het einde van de diensttijd van Cor Teunissen werd het tijd voor hem om te beslissen wat hij wilde worden. Veel familieleden waren boer, bakker of restaurateur. Maar Cor wilde wel eens meer van de wereld zien dan Ede. Op een middag zat de hele familie aan de lunch bij een tante die regelmatig in Spanje kwam. Zij vroeg aan Cor wat hij eigenlijk wilde worden. "Geen idee," zei hij, "ik denk dat ik ga varen. Dan zie ik tenminste wat van de wereld." En zo viel de beslissing.
Via een neef, die salonbediende was bij de KNSM, hoorde Cor dat de KNSM een tekort aan ladingklerken had. Met zijn HBS diploma op zak ging hij solliciteren. Voor een dienst als klerk bleek dat diploma niet noodzakelijk, en Cor werd meteen aangenomen. Het enige dat hij moest doen, was oefenen op een typemachine. Nog geen week nadat hij ontslagen werd uit dienst, zat Cor op zee voor zijn eerste grote reis naar de Caribische Zee op het ms. Oberon. Gedurende die reis kwam hij voor de eerste keer in Costa Rica: als zeevarende legde hij aan in Puerto Limon.
Nedlloyd (de KNSM was in 1980 overgenomen) vond echter dat Cor het veel te makkelijk had in Costa Rica. Het werd weer eens tijd voor een nieuwe uitdaging. Cor werd overgeplaatst naar India. In eerste instantie was dat voor drie maanden, maar Cor zou uiteindelijk zes jaar in Bombay blijven. Toen eindelijk de beslissing was gevallen dat hij daar wat langer zou blijven kon er een verblijfsvergunning aangevraagd worden. Dat was een heel gedoe. In New Delhi lag het aanmeldformulier van Cor onderaan een grote stapel. Regelmatig moest er dan iemand van het kantoor naar dat departement om te kijken hoe het er mee stond. Die zei dan dat er waarschijnlijk een typefout gemaakt kon zijn in de naam Teunissen. Het aanmeldformulier werd erbij gehaald, verbeterd, en... bovenop de stapel teruggelegd. Toch duurde het nog vijf maanden voor de vergunning werd afgegeven.
Cor kwam terecht in Bombay. Op een receptie van de ABN Bank ontmoette hij een aantal mensen die voor Philips werkten en vroeg hen of de Nederlanders in India ook een vereniging hadden. Dat was niet zo, al werden er wel activiteiten georganiseerd, zoals een Sinterklaasfeest voor de Nederlandse medewerkers van Philips en hun kinderen. Op zijn voorstel een Nederlandse vereniging op te richten reageerde men niet positief: 'Er zijn toch te weinig Nederlanders; daar hebben we geen zin in; dat lukt nooit.' Maar zeg nooit 'nooit'.
|